Vandaag wil ik je meenemen in een bijzonder Bijbelverhaal dat op het eerste gezicht misschien vreemd lijkt, maar dat een diepe betekenis heeft voor iedereen die gelooft. Het gaat over honing, over verlichte ogen en over wat de Bijbel bedoelt met nieuw leven.
We beginnen in 1 Samuel 14, waar Israël in oorlog is met de Filistijnen. Koning Saul heeft zijn leger een strenge regel opgelegd: niemand mag eten voordat de vijand verslagen is. De soldaten worden daardoor steeds zwakker en moe. Ze zijn letterlijk uitgeput.
Dan gebeurt er iets opvallends. Saul’s zoon Jonathan heeft die regel niet gehoord. Hij loopt door een bos waar overal honing te vinden is. Een echte honingvloed. Jonathan steekt de punt van zijn staf in een honingraat, brengt zijn hand naar zijn mond. Hij eet van de honing… en zijn ogen worden verlicht.
Het volk schrikt: “Je vader heeft gezegd dat niemand mag eten!” Maar Jonathan reageert fel: “Kijk toch hoe mijn ogen verlicht zijn, alleen maar omdat ik een beetje honing heb gegeten! Als iedereen had mogen eten, waren we veel sterker geweest en hadden we een grotere overwinning behaald.”
Later komt Saul erachter dat Jonathan gegeten heeft en wil hij hem zelfs laten doden. Maar het volk komt tussenbeide en redt Jonathan. Hij was eigenlijk schuldig aan de dood, maar hij ontving genade. Dat is een beeld van wedergeboorte: nieuw leven ontvangen terwijl je het niet verdiend hebt.
In vers 33 van 1 Samuel 14 staat ook een opvallende zin: Saul zegt dat er een grote steen naar hem toe gerolt moet worden. Een ouder woord voor rollen is wentelen. Dat woord – wentelen – is in de Bijbel een beeld van opstanding. Denk aan de steen die bij het graf van Jezus werd weggerold. Ook hier is het een teken van nieuw leven.
Waarom honing? Wat betekent dat?
De Bijbel gebruikt honing vaker als symbool. Soms denken mensen dat honing een negatieve betekenis heeft, omdat het niet gebruikt mocht worden in bepaalde offers. Maar dat klopt niet. Honing mocht niet geofferd worden omdat het een geschenk van God aan mensen is en je geeft een cadeau niet terug aan degene die het gaf.
Honing staat in de Bijbel voor voedsel dat God zelf geeft, bedoeld om ons te versterken. Het is een beeld van het Woord van God, maar dan het deel dat gaat over hemelse, eeuwige dingen. Niet over aardse zaken.
De Bijbel spreekt ook vaak over “een land dat overvloeit van melk en honing”.
Melk staat voor het eerste voedsel dat een baby krijgt: eenvoudig, zacht en nodig om te groeien. Petrus zegt dat nieuwe gelovigen moeten verlangen naar “de redelijke, onvervalste melk”. Het woord van God dat je helpt om te groeien in je geloof.
Maar melk is niet genoeg voor altijd. Een kind moet op een dag gespeend worden en overgaan naar vaste spijs. In de Bijbel is honing het beeld van die vaste spijs: diepere, hemelse waarheden die je pas kunt begrijpen als je geestelijk groeit.
Honing smaakt als het Woord van God
In Exodus krijgt Israël manna, brood uit de hemel. Mozes zegt: “Dit is het brood dat de Heer jullie te eten geeft. Dit is het woord dat de Heer gesproken heeft.”
En hoe smaakt dat manna?
De Bijbel zegt: “Het smaakte als honing.”
Later moeten profeten zoals Ezechiël en Johannes een boekrol, het woord van God, opeten. In hun mond smaakt het zoet als honing, maar in hun buik wordt het bitter. Met andere woorden: het Woord van God is heerlijk als je het hoort, maar het confronteert je ook met de waarheid over jezelf. Dat kan pijn doen.
Salomo zegt daarom: “Veel honing eten is niet goed.”
Je moet het woord van God niet alleen proeven, maar ook begrijpen en verwerken.
De bij als beeld van Christus
Honing in de natuur is al helemaal bijzonder. Bloemen zijn in de Bijbel vaak een beeld van Christus, omdat ze spreken van schoonheid, zuiverheid en nederigheid. Honing komt voort uit bloemen en wordt verzameld door bijen. En hier komt iets wonderlijks: Een mannelijke bij, een dar, wordt geboren uit een onbevrucht ei. Dat heet met een moeilijk woord parthenogenese en betekent letterlijk: “geboren uit een maagd”. De Bijbel zegt dat Jezus geboren werd uit een maagd. Een mannelijke bij, de dar, is dus een beeld van Christus.
Een dar heeft in de bijenkorf geen werkende functie. Hij vliegt niet uit om nectar te verzamelen en werkt niet mee aan de opbouw van het nest. Toch heeft hij een bijzondere plaats: Zijn bestaan staat vooral in dienst van iets dat groter is dan hijzelf, in het voortbestaan van de kolonie. Op dezelfde manier zijn gelovigen er niet allereerst om de wereld te veranderen door eigen kracht, maar om te getuigen van Gods reddingswerk in Christus.
Aan het eind van de zomer worden alle darren buiten de korf gedreven en daar sterven ze. Dat is een harde werkelijkheid en het is een beeld van Christus die buiten de legerplaats werd gedood, buiten de stadsmuren van Jeruzalem. Christus leefde niet voor Zichzelf. Hij kwam om de wil van Zijn Vader te doen en Zijn leven te geven voor anderen.
De Bijbel zegt dat ook dat wij geroepen zijn om “buiten de legerplaats” te gaan, om Christus te volgen in zijn lijden en zijn roeping.
Verlichte ogen
Even weer terug naar Jonathan.
Hij eet honing, een beeld van het Woord van God. En zijn ogen worden verlicht.
Paulus bidt in Efeze 1 dat God ons “verlichte ogen van het verstand” geeft, zodat we kunnen zien:
- wat onze hemelse roeping is,
- wat onze erfenis is,
- en welke kracht God geeft aan wie gelooft.
Honing staat dus voor het deel van Gods Woord dat je ogen opent voor hemelse dingen. Niet voor aardse zegeningen, maar voor de rijkdom van wat God in Christus heeft weggelegd.
Wat betekent dit voor jou, vandaag?
Misschien ben je nog maar net begonnen met geloven. Dan heb je de melk als voedsel nodig: de basis, de eenvoud, de eerste stappen. Maar God wil dat je groeit. Dat je verder gaat. Dat je leert proeven van de honing. Van de diepe, hemelse dingen die Hij voor jou heeft klaarliggen.
Jonathan’s ogen werden verlicht toen hij proefde van de honing.
Zo wil God ook jouw ogen openen. Niet om je te overladen met moeilijke theorie, maar om je te laten zien dat jouw leven verbonden is met iets dat veel groter is dan deze wereld.
God nodigt je uit om te groeien, om te ontdekken, om te proeven van zijn Woord en om te leven met verlichte ogen.
Amen

